Ad Pistorius

Ad Pistorius, medewerker aan het Juridisch-Economisch Lexicon Nederlands-Duits

 

De eenzijdig contrastief gerichte benadering van het onderwijs in de vreemde talen mag dan inmiddels tientallen jaren achter ons liggen, ik ben daarin nog gepokt en gemazeld, en dat had ontegenzeggelijk ook zijn voordelen. Dat begon al op de HBS, waar die aanpak mij onmiddellijk aansprak, het zette zich in drastisch versterkte mate door in de MO A-opleiding Duits en voorts in de MO B-opleiding, waarin je o.a. geregeld geconfronteerd werd met monstrueuze en soms hoogst abstracte zinnen waarvan je de onderdelen in de andere taal met horlogemakersprecisie in elkaar diende te zetten. Dat was een goede scholing van het denken, al was die ingebed in een nogal meedogenloos opleidings- en examensysteem. Veel strijders die dit slagveld betraden, hebben het dan ook, al dan niet gehavend, voortijdig verlaten. Ook aan mij is dit niet geheel zonder sporen achter te laten voorbijgegaan, te meer daar ik het lesgeven en de studie moest zien te combineren.

 

Bijna drie decennia heb ik in het onderwijs doorgebracht, een even boeiend als vermoeiend werkdomein, dat ik daarna om gezondheidsredenen helaas moest prijsgeven. Mijn fascinatie voor het permanent met elkaar confronteren van het Nederlands en het Duits, voor het optimaal weergeven van dezelfde gedachte in beide talen,  was er echter niet minder om geworden. Een collega Duits merkte eens op dat je daarvoor over een zekere masochistische aanleg moet beschikken. Hoe dit ook zij, dat ik mij op het vertalen wierp lag voor de hand. Dit leidde via vele gelegenheidsklussen op uiterst diverse terreinen na jaren tot opdrachten die mij veel meer aanspraken, namelijk het vertalen van geschiedkundige werken van prominente historici als Bredero (middeleeuwen) en Wesseling (moderne tijd), waarvoor Duitse uitgevers belangstelling kregen en waarvan zij de Duitse versie aan mij toevertrouwden.

 

Deze vertaalactiviteit ging uiteraard gepaard met het intensief raadplegen van woordenboeken. Dit was een van de oorzaken dat er zo veel randnotities in mijn van Dale Nederlands-Duits kwamen te staan dat er geen plaats meer voor was, reden er dan maar een aanvullend woordenboek van te maken. Dit ging vervolgens een eigen leven leiden, is inmiddels al ruim tien jaar op de markt, en dat ook deze website ernaar verwijst is geen toeval. Hoofdredacteur Aart van den End stuitte namelijk in december 2015, wanhopig googelend naar een geschikte vertaling voor “ramkraak” voor zijn JEL Nederlands-Duits, op het equivalent ervan in mijn aanvullend woordenboek. Hij moet hierin vervolgens verder geneusd en kennelijk positieve indrukken hebben opgedaan, anders had hij waarschijnlijk geen contact met mij opgenomen. Dit resulteerde erin dat hij mij vroeg mederedacteur van zijn woordenboek te worden, waarop ik ben ingegaan en wat erop neerkomt dat ik me met diverse collega’s buig over reeksen vertaalproblemen, waaronder vaak uiterst lastige, met de bedoeling er gezamenlijk optimale oplossingen voor te vinden. En daar ga ik graag nog een tijdje mee door.

 

Wat ik haast vergat te zeggen: “ramkraak” is in het Duits: der Blitzeinbruch of der Rammeinbruch.